Je overbodig of te veel voelen? Waar komt dit gevoel vandaan?
Er zijn gevoelens waarvoor je geen woorden hebt. Gevoelens die je moeilijk kunt uitleggen, zelfs aan jezelf.
Wat te denken van het het gevoel dat je er eigenlijk niet toe doet. Dat je overbodig bent. Dat je wel aanwezig bent, maar dat niemand het zou merken als je er niet meer was. Dat je je plek niet echt hebt. Dat je misschien zelfs een beetje te veel bent.
Sommige mensen verwoorden het zo: Sorry dat ik besta.
Als je dat herkent, dan weet je hoe diep dit gevoel kan gaan. Het gaat niet alleen over een emotie. Het raakt aan hoe je naar jezelf kijkt en aan de vraag of je er mag zijn.
In dit blog onderzoek ik waar dit gevoel vandaan kan komen, wat het zegt over je geschiedenis en je familiesysteem, en wat er nodig is om weer op je eigen plek te gaan staan.
De auteur: Katelijne Vermeulen
In de afgelopen 40 jaar werken met mensen en systemen heb ik één ding steeds weer gezien: niets staat op zichzelf. Onze verhalen zijn verweven met die van de generaties voor ons. Als systemisch begeleider leerde ik kijken naar wat niet wordt gezegd, maar wel voelbaar is. In mijn blogs wil ik je uitnodigen om die laag ook te ontdekken.

Wat betekent het om je overbodig te voelen?
Overbodig voelen kan zich uiten als het gevoel dat je er eigenlijk niet toe doet. Dat je wel aanwezig bent, maar niet werkelijk gezien wordt. Dat jouw woorden niet echt worden gehoord. Of dat je ergens diep vanbinnen het idee hebt dat je geen echte plek hebt in het geheel.
Soms voelt het zelfs alsof je te veel bent voor de ander. Alsof je jezelf moet aanpassen, kleiner moet maken of moet inhouden om erbij te mogen horen.
Maar onder dat gevoel ligt bijna altijd iets veel diepers. Niet een gebrek aan waarde, maar een diep verlangen.
Het verlangen om gezien te worden. Om gehoord te worden. Om te voelen: ik hoor erbij.
Dat verlangen raakt aan een van de meest fundamentele menselijke behoeften: verbinding. Want we rouwen altijd om datgene waar we ooit mee verbonden waren, en de intensiteit van onze pijn zegt iets over de intensiteit van die verbinding.
Juist daarom kan het gevoel van overbodig zijn zo zwaar aanvoelen. Het raakt aan de vraag die ieder mens ergens in zich draagt: mag ik er zijn, precies zoals ik ben?
Waar komt het gevoel van overbodig zijn vandaan?
De meeste mensen kunnen niet precies aangeven wanneer dit gevoel is ontstaan. Zelden hoor je iemand zeggen: op die dag begon het. Meestal groeit het langzaam in een mensenleven. Via ervaringen, via wat er wel gezegd werd en wat er juist nooit uitgesproken werd, via de plek die je kreeg in het geheel, of de plek die je eigenlijk nooit echt hebt kunnen innemen. Vanuit systemisch werk zie ik dit keer op keer.
Hechting: de basis van bestaansrecht
Hechting ontstaat in de eerste levensfase tussen een kind en de verzorger, meestal de moeder. In die periode leert een kind onbewust drie dingen:
- Ik mag er zijn.
- Ik ben de moeite waard.
- Er is iemand die mij ziet en opvangt.
Wanneer een ouder beschikbaar is, leert een kind:
- mijn gevoelens doen ertoe
- ik ben welkom
- ik hoor ergens bij
Dit vormt de basis voor een stabiel gevoel van eigenwaarde. Wanneer hechting verstoord raakt, bijvoorbeeld door:
- emotioneel afwezige ouders
- trauma of verlies in het gezin
- depressie of verslaving bij een ouder
- een ongewenste zwangerschap
- een doodgezwegen verlies in het familiesysteem
kan een kind een andere overtuiging ontwikkelen:
- ik ben teveel
- ik hoor hier eigenlijk niet
- ik moet mijn plek verdienen
Dat is de eerste stap richting je overbodig voelen.
Je overbodig voelen: een existentiële ervaring
Het gevoel overbodig te zijn gaat verder dan onzekerheid. Het raakt aan bestaansrecht. Mensen beschrijven het vaak als:
- ik doe er niet toe
- als ik er niet ben, maakt dat weinig verschil
- ik ben een last
- anderen zijn beter af zonder mij
Psychologisch gezien ontstaat dit vaak wanneer iemand:
- zich niet gezien of gehoord voelt
- geen veilige hechting heeft ervaren
- zich structureel buitengesloten voelt
Het systeem waarin iemand opgroeit speelt hierin een grote rol. Wanneer een kind bijvoorbeeld:
- na een overleden kind geboren wordt
- een plek in het gezin moet opvullen
- een ouder emotioneel moet dragen
- of een doodgezwegen verlies in het systeem vertegenwoordigt
kan het kind onbewust gaan leven met het gevoel dat het niet echt een plek heeft.
Welke plek kreeg je in je familiesysteem?
Een kind heeft niet alleen een stoel aan tafel nodig, maar vooral een plek in het hart van de ouders. Een plek waar voelbaar is: ik hoor erbij. Dat raakt direct aan bestaansrecht. Mag ik er zijn? Doe ik er toe?
Het verlangde en gewenste kind krijgt vaak een andere plek in het systeem dan een kind dat niet echt verwacht of gewenst was. Zo’n kind kan zich al heel vroeg overbodig voelen. Soms zonder dat daar woorden voor zijn, maar het lichaam voelt het wel.
Kinderen nemen namelijk feilloos waar wat er in een systeem speelt. Veel eerder en veel dieper dan volwassenen vaak beseffen.
Dat betekent niet dat ouders slechte mensen zijn. In systemisch werk gaat het er juist niet om ouders schuld te geven. Ouders hebben meestal gedaan wat ze konden binnen hun omstandigheden.
Maar als er in het systeem iets of iemand niet op zijn plek staat, voelt een kind dat wel. En dan kan er diep vanbinnen een gevoel ontstaan van: hoor ik hier eigenlijk wel bij?
Wat werd er verzwegen in jouw familie?
In veel families zijn er dingen waar nooit over gesproken wordt. Een miskraam. Een kind dat is overleden. Een verlies dat zo groot was dat het eigenlijk niet gedragen kon worden.
Maar in een systeem verdwijnt dat niet zomaar. Wat wordt doodgezwegen, blijft op een andere manier aanwezig. Het verdwijnt niet. Het werkt onder de oppervlakte verder in het systeem.
Wanneer kinderen die gestorven zijn, een miskraam of een abortus geen plek krijgen in het familiesysteem, ontstaat er vaak een verschuiving. Dan zie je dat iemand anders onbewust in dat lege stuk gaat staan.
Dat kan betekenen dat een kind niet helemaal zijn eigen leven leeft, maar op een bepaalde manier het leven draagt van degene die er niet meer is. Dan stroomt het leven minder vrij, omdat je niet alleen jouw eigen plek inneemt.
lees verder na dit blok
Gratis e-book
Wist je dat het gezin waar je uitkomt nog elke dag van invloed is wat je vandaag de dag doet. Dat is de kern van systemisch werk. Met dit gratis e-book ontdek je hoe jouw gezin van herkomst nog steeds invloed heeft op jij nu reageert voelt en handelt.
Direct in je inbox – Je gegevens zijn veilig.

Hoe was jouw hechting in het begin?
Onze hechting begint niet na de geboorte. Al in de moederschoot word je gevormd. Door de emoties van je moeder. Door het verlangen van je ouders. Door de omstandigheden waarin je werd ontvangen.
Als je moeder emotioneel niet beschikbaar was, niet omdat ze niet van je hield, maar omdat ze zelf te maken had met verlies of trauma of spanning, dan kon ze je niet volledig ontvangen. En als je niet stevig gehecht bent aan je moeder, ben je ook niet stevig gehecht aan het leven.
Dan voel je je heel vaak overbodig. Want hoe kan ik mijn plek innemen als ik niet echt gehecht ben?
Wat is de diepste angst achter het gevoel van overbodig zijn?
Er is één angst die eigenlijk bij ieder mens terugkomt. De angst voor uitsluiting.
Uitsluiting betekent dat je er niet bij hoort. Dat je geen plek hebt. Dat je overbodig bent. Dat raakt direct aan de vraag: hoor ik ergens thuis? Dus wat je dan ziet is dat we een heel leven druk bezig om ergens bij te horen. Want als we ergens bij horen krijgen we liefde. En heel ons leven is gericht op het verlangen naar liefde, gezien worden, erkend worden en gehoord worden.
Hard werken voor liefde of je terugtrekken
In de praktijk zie ik dat overbodig voelen twee reacties op kan roepen:
De eerste is dat je heel hard gaat werken om het contact met de ander veilig te stellen en je minder buitengesloten te voelen. Je gaat harder werken, beter luisteren, meer geven, minder vragen. Je probeert het contact veilig te maken via prestatie en aanpassing. Je hebt iets of iemand nodig hebt om oké te zijn, je zoekt dit extern.
De tweede is terugtrekking. Je houdt mensen op afstand, omdat je niet opnieuw geraakt wilt worden. Je doet alsof je niemand nodig hebt, terwijl je innerlijk wel verlangt.
In een wereld die graag doet alsof alles maakbaar is, komt daar zelfverwijt bij. Als het niet goed komt, dan zal het wel aan jou liggen. Dat maakt een bestaansvraag tot een prestatievraag.
Uiteindelijk gaat het niet alleen over de vraag: sluiten anderen mij uit?
De diepere vraag is: neem ik mijn eigen plek wel in?
Waarom is er altijd iemand geweest die in je geloofde?
Als ik kijk naar mensen die, ondanks alles wat ze hebben meegemaakt, toch iets van hun leven hebben gemaakt, zie ik vaak hetzelfde patroon. Er is ergens in hun leven één volwassene geweest die in hen geloofde.
Dat kan een leraar zijn.
Een leraar.
Een buurman of buurvrouw.
Een oma.
Iemand die zei: ik zie jou.
Ik geloof dat jij dit kunt.
Soms is één iemand al genoeg om een andere richting mogelijk te maken. Het feit dat iemand jouw potentieel ziet en daar woorden aan geeft, kan het verschil maken.
Gezien worden verandert iets wezenlijks. Er wordt als het ware weer licht aangezet in iemand.
Dat zie ik ook telkens in mijn werk. Veel mensen komen binnen met het gevoel dat er iets mis met hen is. Dat ze fout zijn. Dat ze niet kloppen.
En dan ontdekken ze langzaam: wat jij voelt is menselijk.
lees verder na dit blok
Gratis e-book
Wist je dat het gezin waar je uitkomt nog elke dag van invloed is wat je vandaag de dag doet. Dat is de kern van systemisch werk. Met dit gratis e-book ontdek je hoe jouw gezin van herkomst nog steeds invloed heeft op jij nu reageert voelt en handelt.
Direct in je inbox – Je gegevens zijn veilig.

Je overbodig voelen en suïcide gevoelens
Het gevoel overbodig te zijn kan een basis vormen voor suïcide omdat het raakt aan twee fundamentele menselijke behoeften: erbij horen en ertoe doen. Wanneer je langdurig het gevoel heeft dat je nergens bij hoort, niet gemist zou worden of zelfs een last bent voor anderen, kan het idee ontstaan dat het eigen bestaan weinig waarde heeft.
Dat gevoel van overbodigheid kan zo sterk worden dat je gaat denken dat anderen beter af zijn zonder jou. In die toestand verdwijnt vaak het gevoel van verbondenheid met anderen en met het leven zelf.
Suïcidale gedachten ontstaan dan niet alleen uit pijn, maar uit de overtuiging dat het eigen leven geen plek of betekenis meer heeft.
Hoe doorbreek je het gevoel dat je er niet toe doet?
Het antwoord ligt niet in harder je best doen. Niet in meer presteren, meer aanpassen, meer geven. Het zit in je eigen plek innemen.
Dat klinkt simpel. Het is het niet. Maar het is wel de weg. Een aantal stappen die je kunt zetten.
Je ouders de juiste plek geven; aannemen voor wie ze zijn!
Ik hoor het mensen zeggen: maar mijn moeder dit, maar mijn vader dat. En ik begrijp dat. Echt. Maar zolang je het leven wegduwt via je ouders, neem je het leven niet voor wat het is.
Want linksom of rechtsom, of je nu blij bent met je ouders of niet: jij bent de optelsom van die ouders. Je ouders nemen is ook het leven nemen.
Dat betekent niet dat alles goed was. Het betekent ook niet dat je alles maar moet accepteren. Het betekent dat je ophoud met de energie te steken in het veranderen van wat niet meer veranderd kan worden.
Jouw ouders hebben gedaan wat zij konden. Met wat zij hadden. Met wat zij meegekregen hadden. En zelf heb jij misschien ook momenten gehad waarop je anderen niet kon geven wat ze nodig hadden. Ook al was het nooit je intentie om pijn te doen.
Dit noem ik je ouders ontschuldigen. En het is misschien wel het meest bevrijdende wat je kunt doen.
Rouwen omdat het volwassen worden
Volwassen worden heeft veel te maken met rouwen. Rouwen om de ouders die je hebt gehad. En rouwen om de ouders die je niet hebt gehad.
Dat zijn twee bewegingen tegelijk. Aan de ene kant erkennen wat er was. Aan de andere kant ook onder ogen zien wat er ontbrak.
Zolang iemand blijft vasthouden aan het beeld van hoe ouders hadden moeten zijn, wordt het moeilijk om echt volwassen te worden. Volwassen worden vraagt dat je het leven neemt zoals het is. Ook met het gemis dat daarbij hoort.
Dat betekent dat je je eigen verdriet onder ogen moet zien. Je eigen tranen moet huilen.
Het hoort bij het proces van volwassen worden. Niemand anders kan dat voor je dragen. Uiteindelijk zul je zelf het gemis moeten nemen en je eigen plek in het leven moeten innemen.
lees verder na dit blok
Gratis e-book
Wist je dat het gezin waar je uitkomt nog elke dag van invloed is wat je vandaag de dag doet. Dat is de kern van systemisch werk. Met dit gratis e-book ontdek je hoe jouw gezin van herkomst nog steeds invloed heeft op jij nu reageert voelt en handelt.
Direct in je inbox – Je gegevens zijn veilig.

Je eigen plek innemen
Je plek innemen begint met een keuze. De keuze om te zeggen: ik ben er. Ik mag er zijn.
Die plek wordt niet alleen door anderen gegeven. Op een bepaald moment neem je hem zelf in. Je zegt als het ware: dit is mijn plek in het leven.
Wat je doet kan door anderen gedaan worden. Maar wie je bent, dat is uniek.
En je bestaansrecht hoeft niet eerst door anderen bevestigd te worden. Je mag zelf gaan staan op je plek en zeggen: dit is mijn leven.
Je eigen waarde kennen
Je plek innemen betekent daarom ook dat je jezelf die waarde gaat toekennen. Dat je erkent dat je bestaan op zichzelf betekenis heeft. Daar verschuift de focus van doen naar zijn. Niet alleen: wat voeg je toe door mijn werk of jouw rol? Maar ook: hoe ben je aanwezig in jouw leven, in jouw relaties en in de wereld om je heen?
Je hebt iets te brengen hebt in deze wereld. Dat hoeft niets groots of uitzonderlijks te zijn. Het gaat er niet om dat iedereen een bijzonder beroep heeft of een groot publiek bereikt. Het gaat erom dat ieder mens op zijn eigen manier iets toevoegt aan het leven van anderen en aan de wereld om zich heen.
Die bijdrage kan heel verschillend zijn. De één begeleidt mensen in hun ontwikkeling, een ander bouwt huizen, rijdt een bus, zorgt voor kinderen, kookt voor anderen of schildert een huis. Al die rollen dragen bij aan het leven van anderen.
Plek innemen betekent daarom ook dat je stopt met jezelf meten aan anderen. Niet iedereen hoeft coach, therapeut of ondernemer te worden. De waarde van een mens zit niet in de status van het beroep, maar in de manier waarop iemand aanwezig is in wat hij of zij doet. In aandacht, betrokkenheid, zorg en verantwoordelijkheid.
Wanneer je dat gaat zien, verschuift er iets. Dan hoef je niet meer te zoeken naar een speciale rol om te bewijzen dat je ertoe doet. Je mag erkennen dat jouw aanwezigheid en jouw bijdrage al betekenis hebben. Je plek innemen betekent dan: je eigen leven leven, met de kwaliteiten die je hebt, en daarmee iets toevoegen aan de mensen en de wereld om je heen.
Wat als je je nog steeds overbodig voelt?
Als dat gevoel opkomt, betekent dat niet dat je iets verkeerd doet. Vaak betekent het dat er iets geraakt wordt dat gezien wil worden.
Soms begint verandering heel eenvoudig. Met iemand die werkelijk luistert. Met onverdeelde aandacht. Dat kan al genoeg zijn om iets in beweging te brengen.
Wanneer iemand zich echt gezien voelt, verschuift er vanbinnen iets. Het gevoel van overbodig zijn verliest dan langzaam zijn grip.
In mijn werk zie ik dat mensen deze gevoelens niet zomaar dragen. Er zit bijna altijd een verhaal achter. Een geschiedenis in het familiesysteem, ervaringen die hun plek hebben gekregen of juist niet.
Via systemisch werk, opstellingen en gesprekken wordt dat verhaal zichtbaar. En op het moment dat duidelijk wordt welk verhaal iemand draagt, kan er ook iets veranderen.
Conclusie: je overbodig voelen is een signaal
Je overbodig voelen is een diep menselijk gevoel. Het raakt aan bestaansrecht, aan verbinding, aan gezien worden.
Maar het is geen waarheid over wie je bent.
lees verder na dit blok
Gratis e-book
Wist je dat het gezin waar je uitkomt nog elke dag van invloed is wat je vandaag de dag doet. Dat is de kern van systemisch werk. Met dit gratis e-book ontdek je hoe jouw gezin van herkomst nog steeds invloed heeft op jij nu reageert voelt en handelt.
Direct in je inbox – Je gegevens zijn veilig.

