Als je je familie werkelijk gaat zien: rouwen om wie je dacht dat ze waren
Er is niets gebeurd. Er is geen ruzie geweest en er is niemand overleden. Toch voelt het ineens niet meer zoals vroeger. Je kijkt naar je ouders, je broers of zussen, en ineens zie je ze heel anders dan vroeger. Je wilt het liefst wat afstand nemen, maar je voelt je meteen schuldig. Want leg maar eens aan iemand uit dat je verdriet hebt om je familie, terwijl iedereen er gewoon nog is.
Ik zal je vertellen wat er aan de hand is. Je bent aan het rouwen. Niet om iemand die er niet meer is, maar om hoe je dacht dat het zou zijn. Dat verdriet is net zo echt, alleen snapt bijna niemand het als je erover praat.
Waarom klopt het beeld van je familie ineens niet meer?
Weet je wat er gebeurt? Jij bent gaan kijken. Werkelijk gaan kijken. Dat gebeurt bijna altijd wanneer mensen met zichzelf aan de slag gaan, en zeker wanneer ze in aanraking komen met systemisch werk. Dan kijk je niet langer alleen naar wat mensen doen, je gaat voelen wat er onder de oppervlakte leeft. Ik noem dat de onderstroom. Je gaat de geschiedenis zien achter het gedrag van je moeder, de angst onder de hardheid van je vader, het verlies dat in de stiltes van je familie woont.
Je familie verandert niet. Ze blijven precies wie ze altijd waren. Maar jij kunt niet meer terug naar hoe je vroeger keek. Je ziet opeens dat je moeder ook gewoon een dochter is die zelf iets tekortkwam. En je vader leek altijd sterk, maar hij moet ergens ontzettend bang zijn geweest.
Onlangs sprak ik een student die vertelde: ik heb mijn familie jarenlang geïdealiseerd. Ik had een beeld van mijn vader, mijn moeder en hoe mijn familie hoorde te zijn. Ik stak er veel tijd en energie om alles bij elkaar te houden. Maar ik merkte steeds vaker dat ik teleurgesteld was. Ik keek er naar uit om samen dingen te doen, maar als we samen waren voelde het altijd als een teleurstellingen.
Dat heeft een hoop veranderd. Ik zag het contact met mijn broers en zussen altijd veel te rooskleurig. Ik dacht dat we onafscheidelijk waren en voor mij stonden zij altijd op nummer één. Tot ik merkte dat het voor hen minder belangrijk was. Zij deden er minder moeite meer voor. Dat deed pijn. Er was niemand dood en we hadden geen ruzie, maar ik was ze wel kwijt.
Wat verlies je precies als je familie van het voetstuk valt?
Een pasgeboren kind twijfelt niet aan zijn ouders. Het houdt van hen en doet er alles aan om hen gelukkig te maken, wat er ook gebeurt. Hoe kleiner het kind, hoe groter de liefde. Dat is de oerliefde, en die is groter dan ons verstand kan bevatten. Vanuit die oerliefde zet ieder kind zijn ouders op een voetstuk. Een kind is volledig afhankelijk, dus die ouders moeten wel groot en sterk zijn en alles weten.
En dan word je volwassen. Op een dag kijk je naar je vader of moeder en zie je ineens niet meer alleen een ouder, maar gewoon een mens. Iemand met eigen littekens en problemen van lang voordat jij er was. Ze vallen van hun voetstuk, en dat besef doet pijn: wat jij vroeger nodig had, konden zij je misschien helemaal niet geven. Dat is niet omdat er geen liefde was, maar omdat ze het zelf ook nooit hebben gehad.
Maar met dat beeld verlies je ook het verhaal waarin alles klopte. Wij zijn een hechte familie. Mijn vader was de rots in de branding. Wij lossen alles samen op. Wij hebben geen familie, zeg ik altijd, wij zijn onze familie. Wij hebben geen verleden, wij zijn het verleden. Daarom raakt dit zo diep. Soms rouw je niet omdat je familie veranderd is, maar omdat jij niet meer kunt geloven in het verhaal dat je er jarenlang over hebt verteld.
Waarom is dit rouw, ook al is er niemand gestorven?
Rouw kennen we als verdriet om wat er was en er niet meer is. Maar er is iets verloren gegaan wat jou jarenlang houvast gaf, en waar verlies is, daar mag gerouwd worden. Ik zeg altijd: we zullen allemaal moeten rouwen om de ouders die we niet hebben gehad, en we zullen moeten rouwen om de ouders die we wel hebben gehad. Wie niet gerouwd heeft over zijn geïdealiseerde ouders, kan nooit volwassen worden. Volwassen worden is rouwen over het gemis en acceptatie van wat er is.
En dat gaat gepaard met alles wat bij rouw hoort. Verdriet, woede, ontkenning. Een vrouw vertelde mij eens dat ze naar buiten toe altijd een heel hechte familie leek te hebben. Op de foto’s, op de verjaardagen. Maar toen ze eerlijk ging kijken, zag ze dat dit alleen de buitenkant was. Aan de buitenkant leek het leuk, maar in de essentie bleek er nooit wezenlijk over emoties gepraat te worden. Dat voelde ze als een groot gemis. Mensen buiten haar familie bleken vaak oprechter geïnteresseerd in haar gevoelswereld dan haar eigen familie. Dat is dubbel verlies.
Wij blijven proberen het contact goed te houden
En weet je wat wij dan doen? Wij blijven proberen. Wij blijven herstellen, goedmaken, bij elkaar houden. Ik heb mij weleens afgevraagd waarom wij dat zo groot maken, dat goede contact met onze familie. Sommige families doen dat niet. Maar de meesten van ons wel, en dan gaan we van alles doen om er toch maar bij te blijven horen.
We zorgen, we schikken ons, we zwijgen over wat we werkelijk voelen. Want met mensen die dierbaar zijn, is eerlijk zijn juist het moeilijkst. Je hebt te veel te verliezen. En zo verliezen we heel vaak het contact met onszelf, omdat we het contact met de anderen niet willen missen. Het is soms verschrikkelijk hoeveel pijn wij onszelf aandoen om iets te repareren wat niet meer te repareren valt.
Als je jezelf daarin herkent, wees dan mild voor jezelf. Ook dat proberen kwam voort uit liefde. Wij leven jaren in onze eigen kleinheid, en voor wie doen we dat? Uit liefde voor ons systeem. En bedenk goed: wat jij nu ziet, was er altijd al. Jij hebt niets kapotgemaakt door te stoppen met trekken. Je hebt alleen het doek weggetrokken.
De valkuil: onderzoeksrechter worden van je eigen ouders
Hier wil ik je voor iets waarschuwen, want ik zie het zo vaak gebeuren. Als volwassenen nemen wij tegenover onze ouders al snel de houding aan van een onderzoeksrechter. We gaan beoordelen wat ze verkeerd hebben gedaan, wat ze te weinig hebben gegeven en waar ze tekortgeschoten zijn. De oorspronkelijke liefde wordt vervangen door eisen en verwijten, en voor je het weet zit je vast in een kinderlijke wrok waar je uiteindelijk zelf het slachtoffer van wordt.
Wie nee zegt tegen zijn ouders, zegt nee tegen het leven. Wie ja zegt tegen zijn ouders, zegt ook ja tegen het leven. En wie zijn eigen wortels afwijst, wijst uiteindelijk zichzelf af en komt wezenlijk tekort.
Dat is dus niet de weg. De weg is rouwen om het beeld en het beeld mag anders worden. Het heeft je gedragen toen je klein was, en het heeft zijn werk gedaan.
Rouwen om wat er nooit is geweest
Ik denk dat dit één van de meest ingewikkelde vormen van rouw de rouw is om dat wat er nooit is geweest. Ik zal je zeggen waarom. Zolang iets er nooit is geweest, kun je blijven hopen dat het nog komt. Nog één gesprek, nog één kans, als ik het maar goed genoeg uitleg. Hoop is taai en kan een heel leven meegaan. Rouwen om wat er nooit is geweest, betekent die hoop laten sterven. Dat voelt tegennatuurlijk, alsof je opgeeft, alsof je je familie afschrijft. Maar dat is het niet. Je neemt afscheid van een verwachting die nooit uit kon komen.
Kijk eens werkelijk naar wat je ouders te geven hadden. Vergeet even wat ze hadden moeten geven, en kijk naar wat er in hen aanwezig was. Wie zelf nooit veiligheid heeft gekend, kan die ook niet doorgeven. Jij vroeg water uit een put die zelf al droogstond. Dat besef doet pijn, en die pijn mag er zijn. Sterker nog, je hebt haar nodig. Want rouw die je niet doorvoelt, verdwijnt niet. Die zet zich vast, in je lijf, in je patronen, in het eindeloos herhalen van hopen en teleurgesteld worden.
Doorvoel je de rouw wel, dan komt er ruimte. Dan hoef je niet langer bij je familie te halen wat ze niet in huis hebben. Maak het niet groter dan het is, maar maak het ook niet kleiner dan het was. Het gemis is echt, het is verdrietig, en het is van jou.
Afstand nemen van je familie is niet hetzelfde als afwijzen
Een belangrijk onderscheid is dit: afstand nemen is niet hetzelfde als afwijzen. Je kunt zien dat je familie anders is dan je altijd hebt willen geloven, en tegelijkertijd van je ouders en je broers en zussen houden. Je kunt erkennen dat een ouder je iets niet heeft kunnen geven zonder dat de ouder een slecht mens is.
Een kind kent alleen alles of niets. Papa is goed of papa is slecht, wij zijn een hechte familie of wij zijn kapot. Een volwassene kan twee dingen tegelijk waar laten zijn. Ik hoor bij deze familie en ik sta op mijn eigen plek. Ik houd van je en ik draag jouw lot niet meer.
En dan gebeurt er soms iets wonderlijks. Wanneer je niet meer hoeft te hopen en te trekken, komt er ruimte voor een andere liefde. Een liefde die niet meer gebouwd is op idealisering, maar op de werkelijkheid. Die liefde is minder krampachtig dan de oude. Je verwacht niets meer, en daardoor kan je eindelijk ontvangen wat er wel is. Een gebaar, een blik of een middag samen die gewoon goed is. Klein misschien, maar echt.
Zo was mijn moeder, zo was mijn vader, zo is mijn familie. Niet zoals ik hoopte, niet zoals het had moeten zijn, maar zoals het is. Van idealiseren naar werkelijk ontmoeten, daar gaat deze hele weg naartoe.
