Opgevouwen deken op een stoel bij het raam

Eerst doen om ooit te kunnen zijn: waarom je jezelf voorbij loopt

Je werkt hard. Je zet door. En als het moeilijk wordt, doe je nog meer je best. En nog meer. Tot je lichaam op een dag zegt: nu is het genoeg.

Misschien herken je het. Je loopt jezelf voorbij, keer op keer. Je hebt jezelf al tien keer beloofd dat het anders moet. En toch ga je weer door. Want stilstaan voelt niet goed. Rust nemen voelt als iets wat je eerst moet verdienen.

Dat is een patroon. Een patroon dat je hebt meegekregen uit je systeem van herkomst, uit de generaties voor jou en uit een maatschappij die doorzetten beloont. Wie systemisch kijkt, ziet hoe diep dat zit: in hoe je ouders werkten, in wat er over werken werd gezegd en in hoe jouw zenuwstelsel heeft leren omgaan met stress.

Eerst doen om ooit te kunnen zijn

Wij gaan eerst doen om ooit te kunnen zijn.

Want nu moet je heel eerlijk zijn: waarom werken wij ons een slag in de ronde? Omdat we ooit hopen iets te hebben om te kunnen zijn.

Een huis dat eindelijk af is.

Genoeg geld op de rekening.

Een bedrijf dat goed draait.

Kinderen die het goed doen.

En dan, ooit, mag je eindelijk zijn.

Maar wat gebeurt er? Dan zijn we zo hard met onszelf aan het werk dat we eigenlijk geen tijd meer hebben om te zijn. En als we eindelijk kunnen zijn, zijn we uitgeput.

Eigenlijk is het absurd hoe wij onszelf programmeren. En hoe de buitenwereld ons programmeert over wat goed is. Zo wordt we voortdurend goedgekeurd voor iets wat eigenlijk altijd ten koste gaat van onszelf.

Daar begint jezelf voorbij lopen: bij de overtuiging dat je pas mag zijn als je genoeg gedaan hebt. En genoeg komt nooit.

Het patroon als cirkel

1 · Harder werken →

2 · Over je grens gaan ↓

↑ 4 · Doorgaan, want stilstaan voelt niet goed

← 3 · Je lichaam belt aan

E-book: De reden dat je vastloopt in je leven heeft een systemische oorzaak

Gratis e-book systemisch werk

Waarom blijf je steeds dezelfde patronen herhalen?

Waarom we doorzetten zijn gaan zien als iets goeds

Luister eens hoe wij over elkaar praten.

  • “Dat is een doorzetter.”
  • “Dat is een harde werker, die geeft nooit op.”
  • “Ik werk vijf dagen in de week.”

Als je een doorzetter bent in deze wereld, dan doe je het goed. Zo praten wij over mensen die altijd hun grenzen heen gaan. En wij zijn gaan geloven dat dat positief is. Daardoor gaan we eigenlijk nooit met zachtheid met onszelf om.

We leven in een maatschappij waar alles over intellect gaat en over doorzetten. En we worden er heel de dag op geprogrammeerd. Je hoeft Instagram maar open te zetten en het gaat alleen nog over succes hebben en over in je kracht staan.

Eigenlijk heb je tegenwoordig een voltijdse baan om succesvol te moeten zijn.

  • Om vijf uur opstaan om te sporten.
  • Dan mediteren.
  • Dan gezond eten.
  • Dan naar de sportschool.

We worden zo geprogrammeerd over wat we allemaal moeten doen om ooit eens gelukkig te kunnen zijn.

In mijn ogen is dat is te normaal geworden.

Patronen van je ouders herhalen: waarom je toch werkt zoals zij

Heel vaak herhaal je wat je gezien hebt. Stel je ziet je ouders altijd zeven dagen op zeven werken en neemt jezelf heilig voor: dat ga ik nooit doen.

Jaren later zie je dat je exact hetzelfde doet.

En je kinderen? Die zeggen ook: dat gaan wij nooit doen. En ook zij werken zeven op zeven. Heel vaak zie je twee bewegingen.

Exact hetzelfde

Je doet wat je ouders deden.

Het tegenovergestelde

Je doet precies het omgekeerde.

In beide gevallen leef je een patroon dat is voorgeleefd alsof dat oké is.

Kijk eens naar je eigen werkethos

Van wie heb jij dat gekregen? Van je vader, je moeder, je grootouders?

En wat werd er thuis gezegd over werken, over rust, over iemand die eens een dag niets deed?

Zo werkt het met veel patronen in systemen. Hebben ouders schulden, dan creëren kinderen ook vaak schulden. Het zijn vicieuze cirkels die van generatie op generatie doorgaan, omdat ze een systeem worden.

En soms zit er liefde onder. Kinderen van ouders die alles hebben moeten achterlaten om hun kinderen een beter leven te geven, zijn vaak harde werkers. Twee keer harder werken dan ze moeten. Altijd hun best doen. Waarom? Omdat ze uit liefde tegen hun ouders willen zeggen: dankzij jullie opoffering heb ik het nu beter. Daar zit vaak schuldgevoel op. En dus werken ze maal twee.

We herhalen de systemen zoals ze ons zijn voorgeleefd. Pas wanneer we bewust worden en denken “wacht eens even, is dat nog het systeem dat ik wil?”, hebben we de keuze om het anders te doen. Maar vaak moeten we eerst vastlopen op onszelf om te weten wat we anders willen.

Werken mag niet leuk zijn

Veel mensen groeiden op met een vader die zich twintig jaar lang naar zijn werk sleepte. Die altijd moe was. En die zei:

“Denk nu toch niet dat werken leuk is. Je moet werken.”

Wat doet dat met een kind? Dat kind wordt groot en vindt misschien de leukste baan die je kunt hebben. En toch sleept het zich naar dat werk. Zuchtend. “Ik moet weer gaan werken.” Want al het werk, hoe leuk het ook is, moet zuchtend gebeuren. Het mag vooral niet leuk zijn.

Dat is programmering. Wij komen uit systemen waarin werken een must is. En die boodschap gaat verder dan werken alleen. Hoeveel van onze voormoeders hebben nooit hun carrière kunnen leven? Hoeveel mannen hebben nooit hun talent kunnen leven? Zingen of schilderen, dat was leuk als hobby. Maar daar ga je toch geen beroep van maken. Daar kun je nooit geld mee verdienen.

Op het moment dat je dit doorziet, denk je misschien: maar verdorie, ik heb zulk leuk werk. Ik mag dat leuk vinden. En dan komt er een hele andere energie. Dan kun je blij zijn dat je mag gaan werken, in plaats van je ernaartoe te slepen.

Mag jouw werk leuk zijn?

Dan kun je blij zijn dat je mag gaan werken, in plaats van je ernaartoe te slepen.

Van wie heb je geleerd dat werken niet leuk mag zijn? Is dat echt waar?

Let deze week eens op hoe je naar je werk gaat. Zuchtend of omdat je het leuk vindt?

E-book: De reden dat je vastloopt in je leven heeft een systemische oorzaak

Gratis e-book systemisch werk

Ontdek hoe je gezin van herkomst nog doorwerkt in hoe je werkt en kiest.

Alles moeten verdienen

Geld moet je verdienen. Liefde moet je verdienen. Waardering moet je verdienen.

Klinkt dat bekend in de oren? Wij moeten alles verdienen.

ver-dienen

Kijk eens naar dat woord. Hoe ver moet ik gaan in het dienen om iets te mogen ontvangen? Daar zit het al in.

Bij wijze van spreken moet je op de knieën, het hoofd buigen, je kapot door het leven slepen, en dan mag je het ontvangen. Dat is een illusie die ons is wijsgemaakt.

Er zit een hele generatie en geschiedenis achter ons die zo geprogrammeerd was. Vaders die ook zaterdags moesten werken. Moeders die maar één ding leerden: dienstbaarheid en gehoorzaamheid. Hoeveel van onze moeders moesten met de hand open komen staan voor het leefgeld? En dan moesten ze maar dankbaar zijn. Alleen met keihard werken mochten we ontvangen. Begrijp je dan ook waarom we vaak zoveel moeite hebben met ontvangen?

We dragen dat nog elke dag mee. Vrouwen moeten nog altijd twee keer zo hard werken om dezelfde erkenning te krijgen. Wie uit een andere cultuur komt, moet nog altijd twee keer zo hard werken om een plek te veroveren.

Want eigenlijk gaat het over je plek. Wie denkt dat hij zijn plek moet verdienen, gaat keihard werken voor die plek. En zolang je denkt dat je je plek moet verdienen, zolang blijf je verdienen. Op het moment dat je je plek neemt, hoef je niet meer te verdienen. Dan kun je het leven en de overvloed nemen.

Als je aan voorwaarden moet voldoen om er te mogen zijn, hoe kun je dan volmondig leven en ontvangen?

Wat doe jij onder stress?

Stel jezelf eens die vraag. Wat doe jij als het spannend wordt?

Je verzet bergen als het spannend wordt. Kijk eens wanneer dat vechten je eigenlijk iets oplevert en wanneer je achter je eigen staart aanloopt.

Je wilt weg van de spanning. Merk op wat je lichaam op zo’n moment nodig heeft om weer te landen.

Je valt even stil voor je iets kunt doen. Dat is ook een manier van je systeem om je te beschermen.

Veel mensen die zichzelf voorbij lopen, zijn vechters. Onder stress kunnen ze enorm presteren. Dan verzetten ze bergen. Als de nood aan de man is, gaan ze nog meer hun best doen. En nog meer. En nog meer. Tot ze erbij neervallen.

Maar eigenlijk levert dat vechten ons niet altijd positieve dingen op. Dat steeds meer je best doen is eigenlijk achter je eigen staart aanlopen. Het brengt uiteindelijk heel weinig resultaat.

Dat hebben we al heel jong geleerd. Wie al heel vroeg in het leven moest vechten om te overleven, krijgt het programma mee: ik moet vechten om te kunnen overleven. En dan vecht je ook in je verdere leven om te kunnen overleven. Het zijn harde werkers. Want ze denken: ik moet vechten.

Terwijl als het spontaan kan gaan en als je werkelijk gelooft dat er overvloed voor jou is op alle lagen, dan krijg je een andere levensenergie.

En dan de vraag die erbij hoort: op welk moment geef jij het op?

Je luistert al naar de kleine signalen. Dat is precies waar het om gaat.

Je lichaam belt voor het eerst aan. Hoor je het?

Het belletje wordt harder. Wat zou je nu kunnen schrappen?

Je systeem zegt: nu leg ik je plat. Wat had je eerder nodig gehad?

Je lichaam heeft al tien keer aangebeld. Misschien is het tijd om de deur open te doen.

Voor veel vechters is het antwoord eerlijk gezegd: pas als het niet anders meer kan.

Je lichaam heeft al tien keer aangebeld

Wij zijn vaak zulke vechters dat we niet meer luisteren naar de taal van ons lichaam. Dat lichaam geeft eerst een aantal signalen af. Je krijgt wat nekpijn. Je krijgt migraine. Of je breekt je enkel en moet in het gips. En wij gaan door.

Tot het systeem zegt: weet je, nu ben ik er klaar mee. Nu leg ik je plat.

En wat doen we dan? Dan zijn we boos op ons lichaam. Want dat kan toch niet? Ik moet toch uit mijn bed, ik moet toch werken? Dus we gaan weer over die grens heen. En dan gaat dat lichaam nog harder protesteren. Tot we helemaal plat liggen en ons afvragen: waarom ik nu?

Ja, zegt dat lichaam. Ik heb al tien keer aangebeld. Maar je deed de deur niet open.

Je zenuwstelsel reageert elke dag wanneer jij over je grenzen aan het gaan bent. Het is de wegwijzer naar je eigen welzijn. Luister dus naar die kleine klachten. Want er komt een dag dat je die migraine niet meer nodig hebt, als je op voorhand weet: nu moet ik rust nemen.

Waar voel jij het nu?

Tik op de plek waar je lichaam aanbelt.

Tik op een plekWaar merk jij het als je over je grens gaat?
Hoe vaak heeft je lichaam al aangebeld?

Waarom harde werkers zichzelf de hele dag afwijzen

Wij rennen maar door voor de goedkeuring van de buitenwereld. En tegelijkertijd wijzen we onszelf heel de dag af.

Elke keer dat je over je grens gaat, zeg je eigenlijk: wat ik voel en nodig heb, is minder belangrijk. Mijn moeheid telt niet. Mijn rust kan wachten.

Daar zit vaak iets heel ouds onder. Als kind hebben we vaak geleerd: in ruil voor de liefde dienen we te geven en niet te nemen. Om geaccepteerd te worden, zijn we geneigd een masker te gaan dragen. We verliezen het contact met onszelf en gaan ons gedragen zoals onze omgeving dat verwacht. Voor jezelf zorgen en grenzen aangeven wordt dan steeds moeilijker.

Vraag maar eens aan iemand wat hem blij maakt. Heel vaak is het antwoord: dat anderen blij zijn. Dat is mooi. Maar het betekent ook dat je pas blij mag zijn als je de ander blij hebt gemaakt. Je eigen blijheid wordt afhankelijk van die van een ander.

Nu

Ik mag pas blij zijn als ik de ander blij heb gemaakt.

Omgekeerd

Ik mag blij zijn en verblijd met mijn eigen blijheid de anderen. Dan hoef ik eerst niets te doen om te mogen zijn.

Van doen naar zijn: hoe je stopt met jezelf voorbij lopen

Betekent dit dat het niet te veranderen is? Jawel. Alles verandert met bewustzijn.

Je moet eerst ervaren hoe je het doet. Dus begin met kijken, zonder oordeel en met empathie en mededogen voor jezelf. Oh ja, ik zie hoe ik altijd in het leven vecht. Voor iets of tegen iets. Hoe ik altijd iets moet beschermen. Hoe ik altijd druk moet zijn om iets vast te houden. Het moment dat je dat patroon begint te doorzien, kun je kiezen.

En dan het belangrijkste: terug naar je zenuwstelsel. Wij denken dat we het langst volhouden door door te zetten. Terwijl het juist met zachtheid en met zorg voor je eigen zenuwstelsel is dat je het langst volhoudt.

Wat brengt je zenuwstelsel tot rust? Verbinding. Aanraking. En kleine momenten door de dag die we sprankelingen noemen:

Sprankelingen
Welke heb je vandaag al gehad?

Elke keer dat je zucht of geeuwt, ontspant je systeem een beetje.

Je hoeft niet eerst alles te doen om te mogen zijn

Jezelf voorbij lopen is een patroon dat je hebt meegekregen. Uit je systeem, uit de generaties voor jou en uit een wereld die doorzetten goedkeurt. Het is ooit ontstaan om te overleven. En het mocht er zijn.

Maar je mag het ook anders gaan doen. Je hoeft niet eerst te doen om ooit te kunnen zijn.

In het moeten kunnen we niet verbinden, in het ontmoeten kunnen we verbinden. Ook met onszelf.

E-book: De reden dat je vastloopt in je leven heeft een systemische oorzaak

Gratis e-book systemisch werk

De reden dat je vastloopt in je leven heeft een systemische oorzaak.

Ontdek hoe je gezin van herkomst nog steeds invloed heeft op hoe jij nu reageert, voelt en handelt.

  • Waarom je steeds hetzelfde blijft doen
  • Waarom je zoveel verantwoordelijkheid voelt
  • Wat het betekent om je eigen plek in te nemen

Gratis te downloaden · Direct in je inbox

Tip: heb je deze blogs al gelezen?